Eckharts dialoog met zen: mysticus, filosoof of dominicaanse prediker?

~André van der Braak

De spiritualiteit van Meister Eckhart 
Een dominicaanse mysticus in een multireligieuze samenleving 
André van der Braak (red.) 
Uitgeverij Parthenon

Meister Eckhart is in de loop van de twintigste eeuw invloedrijk geweest in verschillende gedaanten. Terwijl hij aanvankelijk vooral als een universeel mysticus werd geportretteerd die een brugfiguur kon vormen tussen Oost en West, werd later juist vooral het filosofische karakter van zijn werk benadrukt. De laatste decennia is er weer meer aandacht voor de context waarin leven en werk van Eckhart zich afspeelden en begrepen moeten worden.

Dit essay probeert in grote lijnen weer te geven hoe de beeldvorming rondom Eckhart zich heeft voltrokken in de interreligieuze dialoog met het zenboeddhisme.



Welke problematische aspecten spelen bij een dergelijke beeldvorming een rol? Hoe kan een kritische reflectie op deze beeldvorming op vruchtbare wijze vraagtekens plaatsen bij de interpretatie van onze ‘eigen’ Meister Eckhart? En welke categorieen moeten we daarbij hanteren? Eerst zal ik laten zien hoe Eckhart als universeel mysticus werd geïnterpreteerd. Daarna ga ik nader in op de belangrijke rol die hij speelde in de filosofische Oost-West-vergelijking bij een aantal Japanse filosofen. Ten slotte komt Eckharts achtergrond als dominicaanse prediker aan de orde.

ECKHART ALS UNIVERSELE MYSTICUS

Aan het begin van de twintigste eeuw werden Eckhart en zen gezien als voorbeelden van een universele mystiek. Dit paste naadloos in de tijdgeest van de filosofie van de levende ervaring, zoals uitgedrukt in o.a. de levensfilosofie, de fenomenologie en het denken van William James en diens notie van de ‘zuivere ervaring’. Om deze reden oefenden zowel Meister Eckhart als het gedachtegoed van zen een magnetische aantrekkingskracht uit op westerse intellectuelen met een passie voor mystiek.

Vergankelijkheid [4]

Het proces van loslaten betekent niet dat we gevoelloos moeten worden zodat we allerlei pijnlijke ervaringen niet meer beleven. Het is een natuurlijke reactie dat we bij loslaten of meditatief sterven angst, wanhoop of verdriet zullen ervaren. Alleen hoe gaan we daar mee om?  Laten we ons helemaal door deze ervaringen bepalen? Worden we iedere keer weer in de onmacht, depressie of zinloosheid meegesleurd? Of worden we totaal één met deze ervaringen, zodat we ze het volgende moment in openheid en vreugde totaal los kunnen laten? Kortom, hoe gaan we om met onze pijnlijke neurotische patronen?

Het vraagt veel geduld, vertrouwen, doorzettingsvermogen en beoefening om werkelijk los te laten en patronen te doorbreken. Onze overlevingsstrategie van grijpen en afkeren heeft zich flink vastgezet. Tegelijkertijd biedt deze strijd een mogelijkheid tot bevrijding te komen.  Het is een fundamentele uitdaging verschillende hindernissen te overstijgen en uiteindelijk inzicht te ontwikkelen in de grondslag van het leven.

De meest krachtige oefening in het leren omgaan met de diepgewortelde neurotische patronen is liefdevolle aandacht. Liefdevolle aandacht is ruimte scheppen en realistisch zien wie we zijn en hoe we handelen, vanuit volledige acceptatie, zonder te oordelen. Liefdevolle aandacht kan ons bewustzijn thuis brengen en een fundamenteel vertrouwen geven. We kunnen leren in het ‘hier en nu’ te zijn en vanuit het hart werkelijk in contact te staan met het leven zelf.

Vaak wordt door leraren binnen spirituele tradities opgeroepen om in de meditatie te sterven. Sterf bewust op je meditatiekussentje. Sterf nu, op dit moment, in volle aanwezigheid. Laat los, geef je over. Sterf terwijl je leeft en voel tot in het merg van je botten het warme, open en omvattende gewaarzijn.

Of anders geformuleerd: Laat de verdediging van ego los, even geen voorkeuren meer, laat de weerstand gaan, zonder begeerte niet meer overal op reageren, even niet met de zaken bemoeien. Waar ben je nu? Hier ! Zonder inspanning aanwezig zijn, niets doen !

We bezitten zodoende de mogelijkheid ons werkelijk open te stellen voor de levende stroom en de gehechtheid aan het leven te neutraliseren. De levende stroom heeft een genezende werking. Door volledig en helder het leven te aanschouwen zoals het is en meegaan met de beweging van de vergankelijkheid, zonder vastgrijpen, zonder identificatie, kan het helende licht de pijn verzachten en de patronen losweken. Dan is er meegaan met de pulserende beweging van de heldere ruimte en de spontane realisatie van een wakkere geest.

"Wanneer voortduring eindigt, bestaat de mogelijkheid voor het eeuwige nieuwe. Wij vrezen echter dit eindigen en we zien niet in dat door het eindigen de hernieuwing, het scheppende, het ongekende kan ontstaan - niet door het meeslepen van dag tot dag van onze ervaringen, onze herinneringen, onze mislukkingen. Slechts wanneer wij dagelijks sterven van al dat oud is, kan het nieuwe zijn. De persoon, de voortbestaande entiteit, die het ongekende, het werkelijke, het eeuwige zoekt, zal het nooit vinden, omdat hij slechts dat kan vinden wat hij uit zichzelf projecteert en wat hij projecteert is niet het werkelijke. Door beëindiging, door sterven, kan het nieuwe gekend worden. Slechts dan kent men de dood, terwijl men leeft. Alleen in dat afsterven, in dat eindigen, in het doen ophouden van voortduren, ligt vernieuwing, welke eeuwig is."
~Krishnamurti

Alles staat in het licht: mijn onzekerheid, de onrust, al die verwachtingen, zoveel frustraties. Het mag er zijn. Helemaal betrokken duik ik er in, met een zachte aandacht en tegelijkertijd is er een open sfeer. Wonderbaarlijk hoe het allemaal oplost. Pijnlijke situaties blijken tijdelijk te zijn.

Ik neem innerlijk toevlucht. Mijn lichaam is stil en aanwezig. Mijn hoofd is zwijgzaam, zowel uiterlijk als binnenin even geen gebabbel. Mijn hart is geopend.

Door de poort gaan. Mijn lichaam wordt transparant, een grenzeloze ruimte verschijnt. Mijn hoofd is helder en opmerkzaam voor wat er is. In mijn hart straalt een warm gevoel: liefde, compassie, vreugde en vrede.

~Kees Voorhoeve

Naming the Wanting Mind

~Jack Kornfield

As we work to observe the wanting and grasping without condemning it, we can learn to be aware of this aspect of our nature without being caught up in it. When it arises we can feel it fully, naming our experience “hunger,” “wanting,” “longing,” or whatever it is. Name it softly the whole time it is present, repeating the name every few seconds, five, ten, twenty times until it ends. As you note it, be conscious of what happens: How long does this kind of desire last? Does it intensify first or just fade away? How does it feel in the body? What parts of the body are affected by it-the gut, the breath, the eyes? What does it feel like in the hear, in the mind? When it is present, are you happy or agitated, open or closed? As you name it, see how it moves and changes. If wanting comes as the demon hunger, name that. Where do you notice hunger- in the belly, the tongue, the throat?

When we look, we see that wanting creates tension, that it is actually painful. We see how it arises out of a sense of longing and incompleteness, a feeling that we are separate and not whole. Observing more closely we notice that it is also fleeting, without essence. This aspect of desire is actually a form of imagination and accompanying feeling that comes and goes in our body and mind. Of course, at other times it seems very real. Oscar Wilde said, “I can resist anything by temptation.” When we are caught by wanting it is like an intoxicant and we unable to see clearly. In India they say, “A pickpocket sees only the saint’s pockets.” Our wanting and desire can become powerful blinders limiting what we see.

Do not confuse desire with pleasure. There’s nothing wrong with enjoying pleasant experiences. Given the many difficulties we often face in life, enjoyment is wonderful to have. However, the wanting mind grasps at pleasure. We are taught in this culture that if we can grasp enough pleasurable experiences quickly one after another, our life will be happy. By following a good game of tennis with a delicious dinner, a fine movie, then wonderful sex and sleep, a good morning jog, a fine hour of meditation, an excellent breakfast, and off to an exciting morning of work, happiness will last. Our society is masterful at perpetuating this ruse. But will this satisfy the heart?

What happens when we do fulfill wanting? It often brings on more wanting. The whole process can become very tiring and empty. “What am I going to do next? Well, I’ll just get some more.” George Bernard Shaw said, “There are two great disappointments in life. Not getting what you want and getting it.” The process of such unskillful desire is endless, because peace comes not from fulfilling our wants but from the moment that dissatisfaction ends. When wanting is filled, there comes a moment of satisfaction, not from the pleasure, but from the stopping of grasping.